Column Annemie Ploeger. Werkdruk aan de UvA. 13 december 2017

Annemie Ploeger: Werkdruk aan de UvA

Ik had een heel relaxed beeld bij werken aan een universiteit. Mijn vader was hoogleraar in de theologie. Hij werkte hard, ook ’s avonds en in het weekend, maar hij was altijd ontspannen. Dat is deels zijn karakter, maar het lag ook zeker aan het werk dat hij deed. Hij werkte veel thuis, ook overdag. Als hij aan zijn bureau zat, dan las hij interessante boeken en schreef zijn verkregen inzichten op. Over die nieuwe inzichten schreef hij na verloop van tijd een boek of een artikel. Een heerlijk leventje. Lekker lezen en schrijven. Geweldig.

Sinds 2008 ben ik universitair docent, maar mijn leven ziet er toch ietsje anders uit. Helaas ben ik niet altijd even ontspannen, terwijl ik het karakter daarvoor wel van mijn vader heb geërfd. Zo heb ik bijvoorbeeld zelden stress gevoeld toen ik student was. Ik vond het leuk om de boeken te bestuderen en aan projecten te werken. Ook mijn AiO-tijd verliep prima. Het zware leven begon pas toen ik docent werd. Terwijl voor mijn vader het relaxte leven als docent en later als hoogleraar gewoon doorging. Wat is er veranderd in de dertig jaar die tussen zijn en mijn leeftijd in zit?

Een heel belangrijke verandering is e-mail. Stel je eens voor, de tijd van mijn vader die tijdens zijn werkzame leven niet of nauwelijks e-mail heeft gekend. Je begon ‘s ochtends aan de taak die je je had voorgesteld doen, en de kans was groot dat je die daadwerkelijk afkreeg. Nu begint de dag met het openen van je mailbox, met daarin meestal een aantal verzoeken waar je eerst aan gaat werken voordat je aan je daadwerkelijke taak van de dag begint. Zo gaat het de hele dag door – je wordt geleefd door je mailbox. Hierdoor heb je vaak de taak van de dag niet af, of je hebt ‘m afgeraffeld, wat beiden een onbevredigend gevoel geeft. Een collega van mij heeft een soort van oplossing: hij heeft vijfduizend onbeantwoorde e-mails, en lijkt daarmee niet te zitten. Maar dat lijkt me niet de bedoeling, want het is toch vrij asociaal om zelfs belangrijke mails onbeantwoord te laten.

Een andere verandering is het invullen van formulieren. Als mijn vader een scriptie moest beoordelen, dan ging hij die rustig zitten lezen en kwam aan het eind op een cijfer uit. Wij moeten tegenwoordig een formulier invullen. Maar dan voelt het als corvee! In plaats van het lezen van een scriptie te zien als een intellectuele uitdaging waar je ook als docent iets van kunt leren, is het verworden tot een bureaucratisch klusje waar je tegenop gaat zien. Dat is zo ongelooflijk jammer, want wat levert ons die formulieren op? Krijgen studenten vandaag de dag rechtvaardigere cijfers dan vroeger? Ik heb hierover mijn grote twijfels.

Een derde verandering is dat we op de universiteit in een ratrace zijn beland. Ik zocht laatst een publicatie van een hoogleraar op; toen zag ik op zijn website dat hij in één jaar 37 publicaties had. En dat is tegenwoordig niet eens zo uitzonderlijk. Dat betekent dus dat hij elke tien dagen een publicatie heeft gescoord. Hoeveel tijd kun je per publicatie hieraan hebben besteed naast alle andere drukke bezigheden?  Hoeveel denkwerk? Hoeveel nauwkeurigheid, toch geen onbelangrijke eigenschap van een wetenschapper? En wie heeft tijd om al die publicaties te lezen? We zijn inmiddels aan ongezonde kwantiteiten gewend geraakt als het gaat om publiceren. Het wordt tijd dat we onszelf de vraag stellen wie hier baat bij heeft.

Er zijn vast nog veel meer veranderingen, maar als laatste noem ik de verexcellentisering van de universiteit. Op allerlei websites, nieuwsbrieven, folders, noem maar op, wordt enorm hoog van de toren geblazen. De UvA is een topuniversiteit met enkel excellente onderzoekers en -docenten die  enkel innovatief en grensverleggend onderzoek doen. Dat is me nog al wat! Mijn vader zou meewarig zijn hoofd schudden bij dergelijk trompetgeschal. Het klinkt leuk om te mogen werken aan een topuniversiteit, maar het maakt vooral ook erg onzeker. Als student haalde ik mooie cijfers en wist ik dat ik het goed deed. Als AiO schreef ik gestaag verder aan mijn proefschrift en publiceerde een paar mooie artikelen en ik wist dat het goed was. Maar nu? Ben ik excellent? Is mijn onderzoek innovatief en grensverleggend? Wat zijn de criteria daarvoor? Wanneer is het goed genoeg wat ik doe? Of moet het altijd meer, beter en anders zijn?

Het beantwoorden van een eindeloze reeks e-mails, het invullen van bureaucratische formulieren, publicaties scoren zonder er genoeg tijd aan te hebben besteed en een eeuwig gevoel van onzekerheid. Is dat het bestaan van een hedendaagse universitair docent? Gelukkig is er ook een heleboel leuks. Het contact en de samenwerking met collega’s en studenten. Het geven van colleges en het gevoel krijgen dat studenten echt iets hebben opgestoken. Naar prachtige congressen en lezingen kunnen gaan in de baas z’n tijd. Om maar een paar positieve dingen te noemen. Maar aan de negatieve dingen moeten we wel wat gaan doen, anders knallen we met z’n allen uit elkaar. Je kunt geen oneindige hoeveelheid e-mails beantwoorden, formulieren invullen (denk hierbij ook aan de zorg – die kant gaan wij ook op), publicaties scoren en we kunnen ook niet 24 uur per dag excellent, innovatief en grensverleggend bezig zijn. Helaas.

Dus we zullen iets moeten doen. Ik noem maar wat dingen. Punt één. Een apart e-mailadres voor verschillende taken die je doet (bijvoorbeeld per vak dat je geeft), zodat je niet standaard alle e-mail op één adres binnenkrijgt. Ik heb zo’n apart e-mailadres voor de Masterthese-coördinatie en dat werkt goed. En waarom verbieden we niet dat studenten hun docenten mailen voor elk wissewasje? Nu wordt dat als iets positiefs gezien – je bent goed bereikbaar als docent, joepie! – maar het loopt soms echt de spuigaten uit. Punt twee. Weg met formulieren! Geeft alleen maar een hoop bureaucratische rompslomp en administratie, zonder aantoonbare toegevoegde waarde. Punt drie. We zullen toe moeten naar een publicatiebeleid waarbij kwaliteit voorgaat op kwantiteit. Nu moet er een enorme investering gedaan worden in schrijven, submitten, reviewen, reviseren, redigeren, opnieuw submitten, etc. Zeeën van tijd die ook in andere zaken gestoken kunnen worden. Punt vier. Kunnen we weer een keer stoppen met roepen hoe excellent en top we wel niet zijn? Het beginnen loze kreten te worden. Laten we vooral datgene doen waar we plezier in hebben, dan komt de excellentie vanzelf.